Gewasbeschermingsmiddelen in het oppervlaktewater

Gewasbeschermingsmiddelen worden toegepast in de land- en tuinbouw, door particulieren en door overheden, zoals gemeenten. Deze middelen kunnen langs een groot aantal routes in het oppervlaktewater terechtkomen. Te hoge concentraties kunnen een probleem vormen voor het gebruik van het water voor bijvoorbeeld drinkwater of voor de planten en dieren die in het water leven.

Gewasbeschermingsmiddelen in grondwater worden beschreven in gelijknamige pagina

 

Beleid

De nota Gezonde Groei, Duurzame oogst en de Kaderrichtlijn Water

De ambities voor gewasbescherming zijn door het kabinet-Rutte II vastgelegd in de Tweede nota duurzame gewasbescherming oftewel de nota Gezonde Groei, Duurzame Oogst (EZ 2013). De ambitie is om de gewasbeschermingspraktijk verder te verduurzamen via zogenoemde geïntegreerde gewasbescherming. Dit behelst een teeltmanagement waarbij chemische gewasbescherming zoveel mogelijk wordt beperkt en de gewasproductie economisch rendabel blijft. De nota is de Nederlandse uitwerking van de Europese Richtlijn voor duurzaam gebruik van pesticiden (2009/128/EG).

De nota bevat doelen voor de waterkwaliteit. Conform de nota zijn voor de oppervlakte-waterkwaliteit de doelen van de Kaderrichtlijn Water (KRW) het uitgangspunt. De normen in de nota zijn identiek aan die van de KRW. De KRW kent twee typen normen: een norm voor chronische blootstelling van waterorganismen waarbij wordt getoetst aan de jaar-gemiddeld gemeten concentratie (de JG­MKN of indien deze nog niet beschikbaar is de ad-hoc MTR), en een norm voor acute blootstelling waarbij wordt getoetst aan de maximum gemeten concentratie in een jaar (de MAC­MKN). Volgens het gehanteerde one out, all out-beginsel, dat onderdeel is van de werkwijze in de KRW, moet aan beide normen worden voldaan. Bovendien kan één normoverschrijdende stof (al dan niet een gewasbeschermingsmiddel) er al toe leiden dat de gewenste toestand in een waterlichaam niet is bereikt.

Verder lezen

Doelen

Doelen

De KRW stelt dat in 2027 alle maatregelen genomen moeten zijn om de doelen te halen. De nota Gezonde Groei, Duurzame Oogst heeft als doelstelling dat het aantal gemeten normoverschrijdingen in 2023 ten opzichte van 2013 met 90 procent verminderd moet zijn. In de ontwikkeling van de bijbehorende monitoringssystematiek is besloten om de trend te bepalen op basis van een driejaarlijks voortschrijdend gemiddelde. Dit om toevalligheden door weerseffecten te voorkomen. Vertaald naar de doelstellingen van de nota betekent dit dat ten opzichte van 2011-2013 het aantal gemeten normoverschrijdingen in de periode 2021-2023 met 90 procent moet zijn verminderd.

De nota kent naast een doelstelling voor de ecologische kwaliteit ook doelen voor de bescherming van bronnen van drinkwater uit oppervlaktewater: in 2023 moet het aantal overschrijdingen van de drinkwaternorm op innamepunten met 95 procent zijn afgenomen ten opzichte van 2013. Ten slotte formuleert de nota dat problemen met de grondwaterkwaliteit moeten worden tegengegaan. Conform de KRW betekent dit dat geen achteruitgang van de grondwaterkwaliteit geaccepteerd kan worden.

Rapportage

In de uitwerking zijn er enkele verschillen tussen de rapportage voor de KRW en de rapportage voor de nota Gezonde Groei, Duurzame Oogst. Voor de implementatie van de KRW rapporteert de overheid aan de Europese Commissie op het niveau van aangewezen KRW-waterlichamen. Hiervoor wordt over een periode van drie jaar een gemiddelde concentratie berekend voor een beperkt aantal (deels niet meer toegelaten) werkzame stoffen in gewasbeschermingsmiddelen.

Voor het nationale beleid, dat is vastgelegd in de nota Gezonde Groei, Duurzame Oogst, is een landelijk meetnet gewasbeschermingsmiddelen ingericht (het LM-GBM). Het LM-GBM is in opdracht van het voormalige ministerie van IenM in 2013 opgezet om de ontwikkelingen in de kwaliteit van het oppervlaktewater in agrarische gebieden te kunnen monitoren en duiden. Het meetnet wordt beheerd en gebruikt door de waterbeheerders en Deltares. Het meetnet bevat 96 vaste punten. Het gaat om metingen van vrijwel alle toegelaten werkzame stoffen in door de landbouw beïnvloede wateren. De bestrijdingsmiddelenatlas maakt dit met kaarten inzichtelijk per stof en per jaar. De meetresultaten worden per jaar geaggregeerd volgens de KRW-methode en getoetst aan de waterkwaliteits-norm. Bij gewasbeschermingsmiddelen kunnen de concentraties op een meetpunt variëren door onder andere gewasrotaties, grondruil, reizende teelten, weersomstandigheden en het wel of niet jaarlijks optreden van ziekten en plagen. Derhalve wordt bij trend-bepalingen en bij uitspraken of de doelen van de nota gehaald zijn uitgegaan van het voortschrijdend driejaarlijks gemiddelde.

meetpunten landelijk meetnet gewasbescherming, 2017

Verder lezen

Toestand

aantal overschrijdingen van normen gewasbescherming volgens KRW
aantal locaties met minimaal een gewasbeschermingsmiddel met overschrijding van de normen volgens KRW

 

Volgens de laatste beoordeling op basis van het Landelijk Meetnet Gewasbeschermingsmiddelen is het aantal gemeten normoverschrijdingen van gewasbeschermingsmiddelen in de periode 2016-2018 afgenomen ten opzichte van 2011-2013, maar is het aantal locaties met normoverschrijdingen nagenoeg gelijk gebleven. Hierbij past wel de kanttekening dat de trend onzeker is, omdat er een toenemend aantal niet-toetsbare stoffen (stoffen waarvoor de rapportagegrens hoger ligt dan de norm) wordt gebruikt. Dit zijn stoffen waarvan de norm zo laag is, dat deze in de praktijk moeilijk meetbaar zijn.

Oorzaken en emissieroutes

emissie van gewasbeschermingsmiddelen uit de landbouw naar oppervlakte- en grondwater, 2016

Van de op dit moment kwantificeerbare emissieroutes vormt buisdrainage veruit de belangrijkste route naar het oppervlaktewater. De hoeveelheid stof die via drift (spuitnevel) in het oppervlaktewater terechtkomt, is relatief klein. Toch veroorzaakt drift de meeste (acute) effecten op het waterleven, omdat drift – in tegenstelling tot drainage – niet wordt verdund door regenwater en direct uit de spuit in de sloot terechtkomt. Naast de kwantificeerbare emissieroutes benoemen experts ook het belang van emissies via afstroming over het landoppervlak. Verder zijn incidentele lozingen zoals erfemissies en emissies uit kassen van belang.

Een belangrijke oorzaak van de gemeten normoverschrijdingen is dat het toelatingscriterium voor gewasbeschermingsmiddelen in het algemeen soepeler was dan de waterkwaliteitsnormen volgens de KRW. Het Europese toelatingsrichtsnoer is recent aangescherpt en staat bij de beoordeling van effecten op waterorganismen alleen in uitzonderlijke gevallen een tijdelijk effect toe. De verwachting is dat hierdoor na herbeoordeling van stoffen minder verschil ontstaat tussen de toelatingscriteria en de waterkwaliteitsnormen. Gezien de duur van een toelating betekent dit dat het effect van de aanscherping van de toelatingscriteria zich binnen een termijn van 5 tot 10 jaar zal manifesteren.

Verder lezen

Maatregelen en effecten

In het rapport Geïntegreerde gewasbescherming nader beschouwd is een breed scala aan maatregelen beschreven om de waterkwaliteit te verbeteren, met als belangrijkste:

  • wettelijke kaders (toelating en KRW) beter op elkaar afstemmen;
  • aanvullende emissiereducerende maatregelen;
  • plafond op het totale middelengebruik;
  • regio- en sectorspecifieke projecten.

 

Wettelijke kaders afstemmen

Een belangrijke oorzaak van de gemeten normoverschrijdingen is dat het toelatingscriterium voor gewasbeschermingsmiddelen in het algemeen soepeler was dan de waterkwaliteitsnormen volgens de KRW. Het Europese toelatingsrichtsnoer is recent aangescherpt en staat bij de beoordeling van effecten op waterorganismen alleen in uitzonderlijke gevallen een tijdelijk effect toe. De verwachting is dat hierdoor na herbeoordeling van stoffen minder verschil ontstaat tussen de toelatingscriteria en de waterkwaliteitsnormen. Dit biedt perspectief voor verbetering van de waterkwaliteit, omdat vanaf 2019 de toelating van veel stoffen moet worden verlengd. Voor KRW-probleemstoffen waarvoor dat niet het geval is, zou de overheid in Brussel kunnen pleiten voor versnelde herbeoordeling.

Aanvullende emissiereducerende maatregelen

Om de doelstelling van de nota Gezonde Groei, Duurzame Oogst te halen zijn emissiebeperkende maatregelen nodig die verdergaan dan de maatregel uit die nota. Een voorbeeld is het toepassen van 95 procent driftreducerende technieken in combinatie met het verder verbreden van de teeltvrije zone naar 3 meter. Vergeleken met driftreducerende maatregelen, is het verbreden van de teeltvrije zone een dure maatregel, zeker omdat er in Nederland veel percelen zijn die direct aan sloten grenzen. Het verbreden van de teeltvrije zone biedt – als deze ook wordt ingericht als akkerrand voor agrarische biodiversiteit – ook perspectieven voor bestuivers en biologische plaagbestrijders. Voor driftreducerende maatregelen is dit minder het geval.

Plafond op het totale middelengebruik

Voor effecten op het waterleven is het van belang dat telers het gebruik van de meest toxische stoffen verminderen. Hierbij kan een systeemgerichte benadering met een plafond op het totale middelengebruik per teelt behulpzaam zijn. Dit plafond zou bij voorkeur gebaseerd moeten zijn op de milieubelasting per teelt en niet op het aantal kilogrammen actieve stof. De milieubelasting per kilogram actieve stof varieert namelijk per stof. Een dergelijk initiatief kent wel belangrijke randvoorwaarden. Allereerst zouden de juridische haalbaarheid en de handhaafbaarheid moeten worden verkend. Ook is de beschikbaarheid van een algemeen gedragen en eenvoudig te gebruiken beslissingsondersteunend systeem belangrijk. Om telers bij een aangescherpt plafond perspectieven te bieden, zou de overheid meer dan nu het geval is de ontwikkeling en toelating van laagrisicostoffen en -middelen kunnen stimuleren, alsook het onderzoek naar nieuwe effectieve niet-chemische maatregelen. Ook moet worden uitgezocht of een dergelijk systeem past binnen een goed resistentiemanagement.

Regio- en sectorspecifieke projecten

Sectorspecifieke of regionale projecten waarin monitoringsresultaten worden besproken met telers kunnen het bewustzijn over incidentele lozingen verbeteren en op die manier bijdragen aan de verbetering van de waterkwaliteit. Recent hebben de Rijksoverheid en betrokken partijen (onder andere LTO Nederland, Nefyto en de Unie van Waterschappen) acties geformuleerd in het ‘Pakket van maatregelen emissiereductie gewasbescherming open teelten’. Daarin zijn doelen opgenomen voor een verdere terugdringing van emissies via erf, perceel en drift. Om deze doelen te realiseren, zijn acties benoemd voor bijvoorbeeld het vullen en reinigen van spuitmachines, de erfinrichting, de ontwikkeling en het gebruik van driftarme technieken, af- en uitspoeling en het verbeteren van de bodemkwaliteit

Verder lezen

Opgaven en handelingsopties

Opgaven

Van de op dit moment kwantificeerbare emissieroutes, vormt buisdrainage veruit de belangrijkste emissieroute naar oppervlaktewater (in kilogrammen). De hoeveelheid stof die via drift in het oppervlaktewater terechtkomt, is relatief klein. Toch veroorzaakt drift de meeste (acute) effecten op het waterleven. Naast de kwantificeerbare emissieroutes benoemen experts ook het belang van emissies via oppervlakkige afstroming. Deze emissies treden vooral op als er kort voordat het regent wordt gespoten. Naast emissies van percelen zijn ook erfemissies en emissies uit kassen van belang. Deze emissies kunnen lokaal leiden tot kortstondige maar hoge milieubelasting. Over het relatieve belang van erfemissies is weinig bekend. Daarom voeren Deltares, WEnR en het RIVM in het kader van de Kennisimpuls Waterkwaliteit een onderzoek uit naar het relatieve belang van de verschillende emissieroutes.

Voor de vertaling naar bedrijfsniveau is het goed om een beeld te hebben van regio- en sectorspecifieke patronen. Overschrijdingen van een stof in een bepaald gebied of op bepaalde momenten in het jaar kunnen bijvoorbeeld informatie geven over de oorzaak en mogelijke aanpak ervan. Dergelijke inzichten vergroten bovendien bewustwording en draagvlak bij ondernemers om zich hiervoor in te spannen. De waterschappen hebben recent in het kader van de nieuwe generatie stroomgebied-beheersplannen regionale analyses van de waterkwaliteit uitgevoerd. Binnen DAW worden de uitkomsten hiervan momenteel vertaald naar concrete opgaven voor de land- en tuinbouw. Ook gewasbescherming maakt daar onderdeel van uit. De resultaten hiervan vormen een opmaat voor een gerichte, geïntegreerde aanpak om ondernemers intrinsiek te motiveren.

Handelingsopties

Een afgewogen mix van beleidsinstrumenten is nodig om de doelen te halen. Een aantal maatregelen is reeds genomen of gepland. Het nieuwe richtsnoer voor de beoordeling van effecten op waterorganismen staat alleen in uitzonderlijke gevallen een tijdelijk effect toe. De verwachting is dat na herbeoordeling van stoffen minder verschil ontstaat tussen de toelatingscriteria en de waterkwaliteitsnormen. Naast het verbeteren van de toelatingsprocedures, is het van belang dat telers het gebruik van de meest toxische stoffen verminderen. Hierbij kan een systeemgerichte benadering met een plafond op het totale middelengebruik per teelt behulpzaam zijn. Dit plafond zou bij voorkeur gebaseerd moeten zijn op toxiciteit en niet op kilogrammen. Om telers bij een aangescherpt plafond toch perspectieven te bieden, zou de overheid meer dan nu het geval is de ontwikkeling en toelating van laagrisicostoffen en -middelen kunnen stimuleren, alsook het onderzoek naar nieuwe effectieve niet-chemische maatregelen.

Met emissiereducerende maatregelen zoals driftreductie, teeltvrije zones en beperking van de dosering kan nog winst geboekt worden. Sectorspecifieke of regionale projecten waarin monitoringresultaten worden besproken met telers kunnen het bewustzijn over incidentele lozingen verbeteren en op die manier bijdragen aan de verbetering van de waterkwaliteit. Het Pakket van maatregelen emissiereductie gewasbescherming open teelten heeft als doel om de emissies van gewasbeschermingsmiddelen naar de leefomgeving door de landbouw- en tuinbouwbedrijven met open teelten terug te dringen tot nagenoeg nul op 1 januari 2030. In het pakket zijn acties onderscheiden naar erf en gebouwen, perceel, vullen en reinigen van spuitmachines en spuittechnieken.

Verder lezen

Deel deze pagina

Vragen over Nationale Analyse waterkwaliteit?

Neem dan contact op met Frank van Gaalen via frank.vangaalen@pbl.nl