Kwaliteit drinkwaterbronnen

Drinkwater wordt gemaakt van grond- en oppervlaktewater. Bescherming van deze bronnen is essentieel voor de productie van schoon drinkwater.

Beleid

Drinkwaterrichtlijn en Drinkwaterwet

Het belangrijkste beleidskader voor drinkwater is de Drinkwaterwet (2011). Volgens deze wet dragen bestuursorganen zorg voor een duurzame veiligstelling van de drinkwatervoorziening. De Drinkwaterwet vloeit voort uit de Europese Drinkwater-richtlijn, waarin kwaliteitseisen worden gesteld aan het drinkwater. Bij overschrijding moeten ‘passende maatregelen’ worden genomen. Volgens de Drinkwaterwet moet het kabinet elke zes jaar een beleidsnota over de openbare drinkwatervoorziening vaststellen. In 2014 is de eerste Beleidsnota Drinkwater vastgesteld.

De Structuurvisie Ondergrond (STRONG)

De Structuurvisie Ondergrond (STRONG) richt zich op duurzaam, veilig en efficiënt gebruik van bodem en ondergrond. waarbij benutten en beschermen met elkaar in balans zijn. Het is een gezamenlijke visie van de ministeries van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) en het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK). In STRONG is drinkwater als nationaal belang benoemd. Verder wordt in de visie aangegeven dat mijnbouwactiviteiten - zoals de winning van aardgas, olie, zout en geothermie en de opslag van CO2 en andere stoffen in de ondergrond - niet toegestaan zijn in waterwingebieden, grondwaterbeschermingsgebieden en boringvrije zones rondom bestaande winputten.

De Kaderichtlijn Water (KRW)

Ook voor drinkwaterbronnen zijn er binnen de KRW doelen geformuleerd (Artikel 7). Zo moet elk water dat gebruikt wordt voor het maken van drinkwater, aangewezen worden als ‘waterlichaam’ door de betreffende lidstaat. Deze wateren dienen op een zodanige manier beschermd te worden dat de kwaliteit van het water niet achteruitgaat en op termijn verbetert, teneinde ‘het niveau van zuivering dat voor de productie van drinkwater is vereist, te verlagen’.

Gebiedsdossiers voor drinkwaterwinningen

In de eerste ronde stroomgebiedbeheerplannen voor de KRW (2009-2015) is opgenomen dat voor winningen voor de openbare drinkwatervoorziening gebiedsdossiers worden opgesteld. Gebiedsdossiers drinkwaterwinning bevatten feitelijke informatie over het beschouwde gebied, waarmee de problemen en risico’s voor de winning zo volledig mogelijk in beeld komen.

Mestbeleid

Met ingang van 2018 is het Zesde Actieprogramma Nitraatrichtlijn van kracht, dat gericht is op vermindering van de vermindering van de waterverontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen. Onderdeel van het actieprogramma is een gebiedspecifieke inzet voor de vermindering van de uitspoeling van nitraat in grondwaterbeschermingsgebieden, vastgelegd in een bestuursakkoord van LTO, IPO, Vewin en de ministers van LNV en IenW. Doel van de over-eenkomst is om in 34 grondwaterbeschermingsgebieden de grondwaterkwaliteit zodanig te verbeteren dat voldaan wordt aan de wettelijke norm voor nitraat. Gefaciliteerd door het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer (DAW) wordt de deelname van boeren gestimuleerd.

Zie verder ook het beleid voor verontreinigende stoffen, gewasbeschermingsmiddelen en opkomende stoffen

De 34 grondwaterbeschermingsgebieden uit de bestuursovereenkomst grondwaterbeschermingsgebieden.

 

34 grondwaterbeschermingsgebieden

Verder lezen

Doelen

Het toetsingskader voor bronnen voor drinkwater wordt gevormd door het Drinkwaterbesluit en het BKMW (Besluit Kwaliteitseisen en Monitoring Water). Naast normen voor drinkwater zelf zijn er in het Drinkwaterbesluit en de Drinkwaterregeling ook signaleringswaarden en milieukwaliteitseisen opgenomen voor bronnen van drinkwater Conform het Protocol Monitoring en Toetsing wordt zowel voor grondwater- als voor oppervlaktewater getoetst aan een signaleringswaarde van 0,1 μg/l. Omdat de zuivering bij grondwaterwinningen veelal beperkt is, is in de Landelijke Werkgroep Grondwater afgesproken om voor de KRW-opgave de waterkwaliteit bij grondwaterwinningen ook aan de drinkwaternormen te toetsen.

Bij de toetsing wordt gekeken of de norm wordt overschreden (probleemstof) of dat 75% van de norm wordt overschreden (potentiële probleemstof). Opkomende stoffen zoals geneesmiddelen en perfluorverbindingen vallen onder overige antropogene stoffen en worden getoetst aan de signaleringswaarde.

Tenslotte wordt bij de toestandbeoordeling van de grondwaterlichamen voor grondwaterwinningen getoetst aan de EU grondwaterkwaliteitsnormen en de stoffen waarvoor nationaal een drempelwaarde is afgeleid; zie ook kwaliteit grondwater.

Verder lezen

Toestand

Overzicht winningen met één of meer (potentiële) probleemstoffen op basis van de meest recente beschikbare gebiedsdossiers

overzicht winningen met een of meer (potentiele) probleemstoffen

Voor de beoordeling van de toestand van grond- en oppervlaktewaterwinningen is met name gebruik gemaakt van de gebiedsdossiers voor drinkwaterwinningen en de evaluatie daarvan (‘Staat drinkwaterbronnen’) die door het RIVM wordt uitgevoerd. In totaal zijn er in Nederland 221 winningen, waarvan ruim 14 oevergrondwaterwinningen en 10 oppervlakte-waterwinningen zijn. Voor alle oevergrondwaterwinningen en oppervlaktewaterwinningen is een tweede generatie gebiedsdossier opgesteld, beschikbaar voor deze analyse. Voor grondwaterwinningen was dat voor 156 winningen het geval.

Toestand grondwaterwinningen

Ongeveer 60% van het Nederlandse drinkwater wordt geproduceerd uit opgepompt grondwater. Bij 82 van de 156 beschouwde gebiedsdossiers van grondwaterwinningen blijkt het opgepompte (ongezuiverde) grondwater (ruwwater) in de periode 2012-2018 één of meerdere verontreinigingen te bevatten. Dit betrof stoffen gerelateerd aan nitraatverontreiniging (nitraat, nikkel en sulfaat ), gewasbeschermingsmiddelen en afbraakproducten daarvan, stoffen gerelateerd aan oude bodemverontreingingen (onder andere PAK’s, benzeen en benzo(a)pyreen) en opkomende stoffen.

Aantal grondwaterwinningen met één of meer probleemstoffen of potentiële probleemstoffen 2012-2018

grondwaterwinningen 2012-2018

Toestand oppervlaktewater- en oevergrondwaterwinningen

Ongeveer 40% van het Nederlandse drinkwater wordt gewonnen uit oppervlaktewater. De meeste innamepunten voor oppervlaktewater liggen in West-Nederland (Maas, Rijn en IJsselmeer). Daarnaast is er één innamepunt in het stroomgebied van de Drentse Aa in Groningen en één innamepunt in Limburg in de Maas. Naast oppervlaktewater wordt oevergrondwater gewonnen om drinkwater te produceren. Hiermee wordt 5% van het drinkwater geproduceerd, door middel van 14 winningen. In de oevergrondwaterwinningen wordt grondwater uit de directe omgeving van rivieren gewonnen. Dit grondwater is via de rivierbodem geïnfiltreerd oppervlaktewater, dat na een korte reistijd door de ondergrond wordt opgepompt en gezuiverd tot drinkwater.

In vrijwel alle oppervlaktewater- en oevergrondwaterwinningen worden overschrijdingen gemeten.

Aantal oppervlaktewaterwinningen met één of meer probleemstoffen of potentiële probleemstoffen 2012-2018

oppervlaktewaterwinning 2012-2018

Aantal oevergrondwaterwinningen met één of meer probleemstoffen of potentiële probleemstoffen 2012-2018

oevergrondwaterwinning 2012-2018

Verder lezen

 

Maatregelen en handelingsopties

De drinkwaterkwaliteit in Nederland is zeer goed, mede door de zuiveringsinspanning van de drinkwaterbedrijven. De kwaliteit van de drinkwaterbronnen staat echter onder toenemende druk, onder andere door aanwezigheid van nutriënten, gewasbeschermingsmiddelen en opkomende stoffen zoals (dier)geneesmiddelen. Maar ook (oude) bodemverontreinigingen leveren voor een aantal drinkwaterbronnen nog risico’s op. Nieuwe ontwikkelingen, waaronder de toegenomen activiteit in de ondergrond zoals warmte-koude-opslag en geothermie, kunnen een effect hebben op de drinkwaterbronnen. Ook klimaatontwikkelingen kunnen gevolgen hebben voor de kwaliteit van drinkwaterbronnen.

De opgaven voor drinkwaterbronnen overlappen voor een belangrijk deel met de opgaven die in de Nationale analyse worden gesignaleerd bij andere aspecten van waterkwaliteit. Daarmee komen ook de maatregelen en handelingsopties om knelpunten voor de drinkwaterwinning aan te pakken grotendeels overeen met de handelingsopties voor grondwaterkwaliteit, verontreinigende stoffen, opkomende stoffen, medicijnresten, gewasbeschermingsmiddelen en nutriënten, zoals beschreven in de betreffende onderdelen. Het is daarbij wel nodig dat in de trajecten die beschreven worden in de handelingsopties, de opgaven die voortvloeien uit de doelen voor drinkwaterwinning expliciet worden meegenomen. Verder kan het landelijk verzamelen en beoordelen van de uitvoeringsprogramma’s voor drinkwaterbronnen helpen om een beter beeld te krijgen van de effectiviteit van uitgevoerde en geplande maatregelen en kan een betere afstemming van de planning van de uitvoeringsprogramma’s met de KRW-planning bijdragen aan optimalisatie van beide processen.

Verder lezen

Deel deze pagina

Vragen over Nationale Analyse waterkwaliteit?

Neem dan contact op met Frank van Gaalen via frank.vangaalen@pbl.nl