'Brakke Wateren' Uitgelicht: Hoe zout wil je het hebben?

In het KIWK-project 'Brakke Wateren' zijn onderzoekers op zoek naar het antwoord op de vraag welke factoren het ecologisch functioneren van brakke wateren bepalen. "Op basis daarvan kunnen waterschappen veel gerichter maatregelen nemen om de doelen voor dit type wateren te realiseren," aldus Deltares-onderzoeker Gerben van Geest die dit project uitvoert met Gertie Arts van Wageningen Environmental Research.

Gerben van Geest

Je voldoet aan de gestelde randvoorwaarden en toch lijkt er weinig of geen verbetering op te treden in de ecologische toestand van je brakke wateren. Dat is kortgezegd het dilemma waar veel kustwaterschappen zich de afgelopen jaren voor gesteld zagen. Gerben van Geest: "Dat is de reden dat deze waterschappen er al langere tijd op aandringen hier meer onderzoek naar te doen. Het KIWK-project Brakke Wateren is voorgekomen uit deze wens." Waarmee hij maar wil zeggen: veel vraaggestuurder kun je het niet krijgen.

Specifieke relaties
De onderzoekers van het project proberen in navolging van de ecologische sleutelfactoren voor stilstaande en stromende wateren een soortgelijke systematiek te ontwikkelen voor brakke wateren. Om preciezer te zijn: voor wateren met een chloridegehalten van 1000 mg/l of meer die aangewezen zijn als brakwatertype. Gerben van Geest: "Hiervoor hebben we de afgelopen periode zo veel mogelijk data verzameld over dit type wateren. Het gaat om de abiotische, niet-levende factoren, zoals zoutgehalten, stikstof- en fosfaatgehalten. Maar ook over de voorkomende leefgemeenschappen: de algen, planten, vissen en macrofauna . We zijn nu op zoek naar specifieke relaties in deze data. Zo hopen we het antwoord te vinden op de vraag welke factoren of welk samenspel van factoren op orde moet zijn om brakwaternatuur te laten gedijen. Als je dat weet, heb je als waterschap handvatten voor het nemen van specifieke herstelmaatregelen." Inmiddels hebben de onderzoekers al nieuwe drempelwaarden afgeleid voor stikstof en fosfaat. Voor stikstof betreft dit waarden die lager zijn dan tot dusver worden gehanteerd.

Aquaria
Gaat het eigenlijk goed of slecht met de brakwaternatuur? Daar is volgens Gerben van Geest geen eenduidig antwoord op te geven. In brakke wateren die onderdeel uitmaken van natuurgebieden (zoals plan Tureluur op Schouwen Duiveland en op Texel, red.) gaat het volgens hem weer goed met veel typerende brakwatersoorten, zoals de Snavel- en de Spiraalruppia. Er zijn de afgelopen decennia in deze gebieden met succes herstelmaatregelen genomen. "In deze gebieden heb je echter weinig invloed van de omgeving. Maar wateren liggen nu eenmaal niet als een soort aquaria in het landschap. Het ecologisch functioneren van wateren wordt namelijk weer mede gestuurd door het omliggende landgebruik. De druk op brakke wateren in niet-natuurgebieden is veel hoger dan in natuurgebieden. Bijvoorbeeld vanwege de landbouw die er plaatsvindt. We willen deze omgevingseffecten nadrukkelijk meenemen en benoemen in ons onderzoek."

Het KIWK-project Brakke Wateren heeft volgens Gerben van Geest een duidelijke relatie met twee andere projecten binnen de Kennisimpuls: Ecologie en Toxiciteit. Gerben van Geest:  "Voor het bereiken van ecologische doelen spelen nutriënten een belangrijke sturende rol. Niet alleen in zoete, maar ook in brakke wateren.  Al is hier vaak stikstof - en niet fosfaat - de bepalende factor voor algengroei." Wat betreft Toxiciteit: Uitgebreid EU-onderzoek (SOLUTIONS, red.) heeft aangetoond dat, naast nutriënten en (gebrekkige) hydromorfologie, toxiciteit een belangrijke sta in de weg kan zijn voor het behalen van ecologische doelen. Van Geest: "Wij hebben onze data daarom aangeleverd aan het project Toxiciteit. Zij gaan onderzoeken in hoeverre dit ook het geval is voor brakke wateren."

Brakke en verziltende wateren

Het KIWK-project 'Brakke Wateren' richt zich zoals gezegd op als zodanig aangewezen brakke wateren, met chloridegehalten vanaf 1000 mg per liter. Daarnaast zijn er, met name in Noord- en Zuid-Holland veel zoete tot licht brakke wateren die verzilten door zoute kwel. Deze wateren hebben vaak chloridegehalten tussen de 200 en 1000 mg per liter. Ze hebben volgens Van Geest vaak te maken met sterk fluctuerende zoutgehalten omdat waterschappen ze vaak doorspoelen voor landbouwkundig gebruik. De verwachting is dat deze wateren door klimaatverandering verder gaan verzilten. Dat kan op enig moment leiden tot een omslag van een helder naar een troebel systeem, verwacht Van Geest. Bij oplopende chloridegehalten verdwijnen op enig moment namelijk de watervlooien. Dit zijn algengrazers die ook bij hogere nutriëntengehalten het systeem helder houden. Het is op dit moment nog niet duidelijk hoe met dit type wateren ecologisch gezien het best om kunt gaan.

Hebt u vragen?

Voor vragen kunt u een email sturen naar Gerben.vanGeest@deltares.nl

Deel deze pagina

Houd mij op de hoogte