Hoe koppel je resultaten van ecologische en toxicologische monitoring?

In een recent verschenen artikel in Scientific Reports stellen de auteurs vijf ecotoxicologische klassen voor die gekoppeld kunnen worden aan de vijf gradaties van ecologische effecten. De dubbele advisering als gevolg van uiteenlopende normeringen (‘binair’ toxicologisch vs ‘gradueel’ ecologisch) wordt daarmee overbrugd en maakt het volgens de auteurs eenvoudiger besluiten te nemen over maatregelen die de waterkwaliteit ten goede komen. Hoofdauteur van het artikel, Leo Posthuma, is tevens trekker van het KIWK-project Toxiciteit.

Afbeelding van verontreinigd water

Toxicologen in Nederland houden voor 150 giftige stoffenconcentraties bij of er teveel van in het water zit. Dat is een overigens maar een bescheiden aantal: de totale lijst van giftige stoffen en mengsels in water telt meer dan 140.000 stuks en alle mogelijke mengsels. Ook ecologen toetsen de waterkwaliteit, maar ze doen dat op een andere manier dan toxicologen. In hun ‘graduele' toetsing onderscheiden ecologen vijf gradatieklassen voor watersystemen, met effecten die gaan van groot naar klein. IJkpunt is de natuurlijke referentietoestand. Een geringe overschrijding van de toegestane toxicologische concentratie van een bepaalde stof geeft logischerwijs aanleiding voor kleinere effecten en minder forse maatregelen. Een hogere concentratie zorgt voor grotere effecten, en vraagt om meer ingrijpende interventies.

Het systeem van (eco-)toxicologen kan daarentegen worden omschreven als binair: er is sprake van een overschrijding, of niet. En op die vaststelling zijn het (eco-)toxicologische beleid en bijbehorende maatregelen momenteel gestoeld, zowel in Nederland en daarbuiten. Het doel is overschrijdingen te voorkómen of teniet te doen, en overal voldoende bescherming te handhaven (bij ‘onderschrijding’) of te realiseren (bij overschrijding).
 

Contraproductief

De twee naast elkaar bestaande methodes leveren dilemma’s op voor waterbeheerders. Zij moeten een gradueel ecologisch advies zien te combineren met een binair toxicologisch advies. Gevolg is dat waterbeheerders snel ‘op rood springen’: ze geven een waarschuwing over de waterkwaliteit af op grond van een binair toxicologische advies, omdat sprake is van een overschrijding van (ten minste) één toegestane drempelwaarde. Zo’n eenduidige waarschuwing heeft voordelen, maar de nadelen blijken zwaarder te wegen. Want in de praktijk vervalt daarmee vaak de wens om het ‘afgekeurde’ water eerst verder te analyseren op andere giftige stoffen en mengsels. Het systeem kan zo zelfs bijdragen aan verdere verslechtering van de waterkwaliteit, omdat het uitblijven van verder onderzoek ook betekent dat er geen maatregelen tegen de ‘ongemerkte stoffen’ worden genomen. Vervolgens vervalt de wens verder te investeren in maatregelen, omdat de beoordeling vaak heel lang ‘rood’  blijft, tot de laatste stof ook 'OK' is. Een voorbeeld hiervan is de Dommel, waar de metaalverontreiniging van oude metaalindustrie werd teruggedrongen, zonder dat het eindoordeel ‘rood’ veranderde in ‘blauw’ (waterkwaliteit voldoet). Onder dat soort condities lijkt het of er per saldo geen winst werd geboekt, terwijl dat wel degelijk het geval was.
 

Brede samenwerking

Een nieuwe studie van RIVM, WEnR, Deltares en een aantal Europese partners doorbreekt deze situatie. De brede samenwerking van kennisinstituten en wetenschappelijke specialismen is uniek. En juist de multidisciplinaire studie van hydrologen, milieuchemici, ecotoxicologen, ecologen, (mengsel-) toxicologen, modelleurs, GIS-experts, data(base)managers, beleidsmakers en -monitors zorgde voor een baanbrekend resultaat. De resultaten van de studie zijn vervat in het artikel Chemical pollution imposes limitations to the ecological status of European surface waters. Hierin stellen de auteurs vijf ecotoxicologische klassen voor die gekoppeld kunnen worden aan de vijf gradaties van ecologische effecten (i.c. de vijf ecologische toestandsklassen).

Op deze manier wordt de dubbele advisering van uiteenlopende normeringen overbrugd. dat maakt het eenvoudiger en aantrekkelijker besluiten te nemen over maatregelen die de waterkwaliteit ten goede komen. De studie helpt praktijkproblemen op te lossen, doordat waterbeheerders in duidelijke kleuren de effecten van mengsels van stoffen kunnen herkennen. En de overbrugging tussen ecologie en ecotoxicologie die ook in de studie gelegd wordt, verbindt stoffenbeleid en milieukwaliteitsbeleid, is grensoverschrijdend en wereldwijd toepasbaar.

De studie is gebaseerd op brede samenwerkingen tussen allerlei vakgebieden en vakgenoten, eerst in de Europese projecten SOLUTIONS en MARS, en heeft een vervolg gekregen in het project Toxiciteit van de Kennisimpuls Waterkwaliteit (KIWK).

Afbeelding met relatie tussen ecologie en ecotoxicologie

Hebt u vragen?

Voor vragen kunt u een email sturen naar leo.posthuma@rivm.nl

Deel deze pagina

Houd mij op de hoogte