Peter Schipper: veel tools voor regio-specifieke landbouwmaatregelen

De diffuse nutriënten uit- en afspoeling van landbouwpercelen naar water vormt nog steeds een belemmering om de KRW-doelen te halen. Lokale omstandigheden bepalen veelal het effect van maatregelen. KIWK-nutriëntenonderzoeker Peter Schipper van de WUR vertelde tijdens het webinar 'Maatrgelen op de kaart' op 17 november jl. bij de opening van de Webinar dat er de laatste jaren erg veel tools zijn ontwikkeld die moeten helpen om op lokaal niveau (op een bedrijf / perceel) maatregelen te adviseren om emissies van stikstof en fosfor te verminderen.

mest uitrijden

Gerard Ros van NMI-agro gaf een overzicht van de talrijke landbouw adviestools. Hij gaf aan dat er zeer veel tools zijn, deze door een beperkt aantal onderzoeksteams worden ontwikkeld, er veel overlap in de data is die de tools gebruiken, maar dat een integrale aanpak ontbreekt terwijl de huidige milieuopgaven en nieuwe verdienmodellen om andere tools vragen. Een belangrijk advies is dan ook om hiervoor een Community of Practice op te richten. Die geeft regie op de ontwikkeling, levert meer samenwerking tussen de ontwikkelaars onderling en de boerenpraktijk en kan werken aan een gemeenschappelijke data- en kennisbasis. Ieder ziet daar voordelen van. Maar het vereist een nieuwe rol voor kennisinstellingen en opdrachtgevers en een nieuwe werkwijze voor de samenwerking tussen de overheid, kennisleveranciers, private partijen en boeren.

Koos Verloop van de WUR (Plant Research) schetste zijn ervaringen in het geven van adviezen in de weerbarstige boerenpraktijk. Minder nutriëntenverliezen naar water is lang niet de enige opgave voor de agrariërs. Zij moeten omwille van het milieu besluiten nemen in een integrale bedrijfsomgeving, met niet alleen aandacht voor schoon water, maar ook voor minder NH3 en GHG-gassen naar de lucht, biodiversiteit, diergezondheid, minder waterverbruik, koeien in de wei, aantrekkelijkheid van het landschap en meer. Een adviseur zal met het gebruik van adviestools er vaak tegenaan lopen dat de tool of het model niet past op het bedrijf dat hij bezoekt. En dat er bijna geen maatregelen zijn die overal zinnig en effectief zijn. En voor de effectiviteit van een maatregel is het sterk bepalend hoe deze wordt uitgevoerd. Als adviseur is het mede daarom belangrijk betrokken te blijven en te zien en leren of en waarom de maatregelen wel/niet goed uitpakken. Voor een goed werkende Community of Practice is een interdisciplinaire werkgemeenschap nodig, die praktijkgericht is en dicht bij het boerenbedrijf is. Ook is lef nodig om te durven voorspellen welke maatregelen effectief zijn, ook al zijn er wetenschappelijk belangrijke onzekerheden en is ieder bedrijf en gebied verschillend.

Voor het webinar was ook een panel samengesteld, bestaande uit Servaas Damen (RWS), Hedwig Boerrigter (DAW, Kennismatcher Akkerbouw), Arjen Grent (LNV) en Wilbert van Zeventer (I&W). Naar aanleiding van de presentaties en de reacties daarop van het panel werd vooral veel gediscussieerd over de succes- en faalfactoren van het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer (DAW). Hieruit kwam het volgende beeld naar voren:

  1. De landbouwadviestools kunnen adviseurs helpen om effectieve maatregelen te stimuleren, maar om DAW echt resultaat op te laten leveren voor de waterkwaliteit spelen er veel andere factoren.
  2. Landelijk wordt op veel facetten gewerkt aan ondersteuning en versterking van DAW, inclusief communicatie en de website https://agrarischwaterbeheer.nl/. Het overzicht is echter niet zo helder in het regionale speelveld.
  3. In de ene regio werkt aanpak x en het gebruik daarbij van tool y, in een andere regio werkt zo’n aanpak niet en is er een heel andere toolbehoefte. Maatwerk blijft nodig, per bedrijf of misschien zelfs wel per perceel.
  4. De motivatie van een boer staat voorop en die is en blijft: wat levert een verandering van mijn praktijk omwille van waterkwaliteit en ander milieu-opgaven mij op? A) voor het bedrijfssaldo. En B) als dat niet duidelijk is, voor welke maatregelen kan ik voldoende subsidie krijgen.
  5. Het kunnen overtuigen van agrariërs dat een maatregel in de praktijk goed kan werken is net zo belangrijk: Hedwig Boerrigter gaf aan dat er wordt ingezet op meer (in iedere regio) DEMO-bedrijven. Ook goed om daar maatregelen te demonsteren die in het 7e NAP worden voorgeschreven
  6. Bodemkwaliteit spreekt een boer meer aan dan een betere waterkwaliteit. Servaas Damen gaf aan dat er daarom vanuit het Rijk en DAW sterk ingezet om generiek landbouwbodems te verbeteren. Levert ‘gratis’ ook een bijdrage aan minder uit- en afspoeling. Het is wel jammer vindt Arjen Grent dat dit niet al 10 jaar eerder in gang is gezet, want het zal jaren duren eer dit effect oplevert (en het is zo 2027).
  7. Voor de invulling van de landbouwopgaven is het van belang om met monitoring te kunnen signaleren hoe een boer presteert. Wilbert van Zeventer benadrukt het belang om hiermee ook notoire ‘knoeiers’ zichtbaar te kunnen maken, opdat het merendeel van de agrariërs die wel willen meewerken niet worden ontmoedigd omdat succes door een relatief kleine groep wordt belemmerd.
  8. Er wordt veel gezien in een gemeenschappelijke kennisbasis, met daarbij de wens op meer regie. Hierbij wordt vooral gekeken naar een combinatie van LNV en I&W om hierin het voortouw te nemen en eventueel hiervoor een overkoepelende organisatie op te tuigen.

> Download een uitgebreid verslag van het webinar

Hebt u vragen?

Voor vragen kunt u een email sturen naar p.schipper@wur.nl

Deel deze pagina

Houd mij op de hoogte