Verontreinigende stoffen in het oppervlaktewater

Oppervlaktewater wordt door mensen op veel manieren gebruikt, bijvoorbeeld voor recreatie, als vaarwater of voor drinkwater. Daarnaast is het een belangrijke habitat voor een grote verscheidenheid aan planten en dieren. Deze verschillende functies van het water stellen eisen aan de hoeveelheid verontreinigende stoffen die mogen vóórkomen. Voor verontreinigende stoffen in grondwater, zie gelijknamige pagina.

Beleid en doelen

In de Kaderrichtlijnwater (KRW, zie beschrijving in beleid nutriënten en beleid biologie) wordt onderscheid gemaakt tussen chemische en ecologische doelen. De chemische doelstellingen zijn vormgegeven door het aanwijzen van prioritaire stoffen met op Europees niveau vastgestelde normen. Daarnaast zijn in het kader van de biologische doelstellingen specifieke verontreinigende stoffen geïdentificeerd. Voor deze stoffen worden de normen door de EU-lidstaten - volgens Europese protocollen – vastgesteld.

Prioritaire stoffen

Op de KRW-lijst staan de prioritaire stoffen die een groot risico vormen in en via het watermilieu. De meest risicovolle stoffen op de lijst zijn aangemerkt als prioritair gevaarlijk. De Europese Commissie heeft bepaald dat de lidstaten uiterlijk in 2027 beheermaatregelen moeten treffen, gericht op:

  • het stoppen van emissies van de prioritair gevaarlijke stoffen;
  • het verminderen van emissies van de prioritaire stoffen.

De datum waarop aan de kwaliteitseis moet worden voldaan is niet voor alle stoffen gelijk. Voor de meeste stoffen moeten in 2027 alle maatregelen zijn genomen. Voor een aantal stoffen is het mogelijk de datum ter verlengen met tweemaal de planperiode van 6 jaar, dus tot uiterlijk 2039.

Daarnaast geldt dat een aantal KRW-prioritaire stoffen al decennia in het milieu aanwezig is, zoals PCB’s. Deze stoffen blijven een risico vormen, zelfs als alle denkbare maatregelen genomen zijn om emissies te beperken of te beëindigen. De lidstaten hebben de verplichting om voor deze alomtegenwoordige stoffen maatregelen te treffen om lozingen, emissies en verliezen van de stoffen te beperken of te beëindigen.

Specifieke verontreinigende stoffen

De lijst met specifieke verontreinigende stoffen, opgenomen in de Regeling monitoring KRW, bevat momenteel 91 stoffen en wordt eens in de zes jaar tegen het licht gehouden en waar nodig aangepast. De essentie van de specifieke verontreinigende stoffen is dat ze toxische druk veroorzaken op het ecosysteem. Voor al deze stoffen geldt de dat in  2027 de norm moet zijn gehaald.

Basisdocumentatie en stoffiches

In het project Basisdocumentatie probleemstoffen KRW is voor 62 probleemstoffen een nadere analyse uitgevoerd naar de aard en frequentie van de normoverschrijding. Ter voorbereiding van de stroomgebiedbeheerplannen heeft het ministerie van IenW opdracht gegeven om zogenaamde stoffiches te maken waarin informatie uit onder andere de basisdocumentatie wordt opgenomen over specificaties van de stof, belasting, toestand en trends, maatregelen, ontwikkelingen (in normstelling, achtergrondconcentraties en verbodsmaatregelen) en ten slotte een generieke motivatie voor aanpak van de stof.

Verder lezen

Toestand

Binnen de KRW is voor 136 chemische stoffen een Europese of Nederlandse norm gesteld. Op basis van metingen in de periode 2015-2017 overschrijden 49 stoffen in een of meer wateren de norm. Dit betreft een breed scala aan stoffen, waaronder PAK’s (poly-aromatische koolwaterstoffen, bijproducten van verbrandingsprocessen), metalen, ammonium, gewasbeschermingsmiddelen en PFOS (perfluoroctaansulfonzuur, veel gebruikt in brandblusmiddelen).

Prioritaire stoffen

Beoordeling prioritaire en prioritair gevaarlijke stoffen in regionale rijkswateren 2018

Het aantal overschrijdingen voor de meest urgente groep (niet-alomtegenwoordig en maatregelen uiterlijk 2027) is klein: in 11 waterlichamen voor cadmium (10 daarvan liggen in zuidoost-Nederland), in 8 voor som HCH (het gewasbeschermingsmiddel hexachloorcyclohexaan; vooral oostelijk Nederland), in 6 voor de industriële stof hexachloorbutadieen (vooral rijkswateren). Voor de overige stoffen zijn er minder dan 4 waterlichamen met een overschrijding.

Als verder gekeken wordt naar de stoffen waarvoor maatregelen in 2033 of 2039 gerealiseerd moeten zijn, vallen de polyaromatische koolwaterstoffen (bijproducten van verbranding; beter bekend als PAK’s) op. Voor de periode na 2027 vragen vooral PFOS (perfluoroctaansulfonzuur, veel gebruikt in brandblusmiddelen), irgarol (een antifouling-middel) en nikkel aandacht.

Specifieke verontreinigende stoffen

Beoordeling specifiek verontreinigende stoffen in regionale en rijkswaterlichamen 2018

 

Veruit de meeste overschrijdingen bij specifieke verontreinigende stoffen zijn te zien voor metalen: kobalt (Co), seleen (Se), uranium (U), zink (Zn), arseen (As), barium (Ba), zilver (Ag), boor (B), koper (Cu) en chroom (Cr). Daarnaast overschrijdt ammonium (NH4) veelvuldig de norm en komen enkele PAK’s (BaA, Chr) en gewasbeschermingsmiddelen (alle overige stoffen) voor in de lijst met overschrijdingen.

Bronnen en oorzaken

De bronnenanalyse is voor een belangrijk deel gebaseerd op de EmissieRegistratie (www.emissieregistratie.nl), waarin op nationale schaal de jaarlijkse belasting van stoffen op het oppervlaktewater wordt geregistreerd. Niet voor alle stoffen is informatie te vinden in de EmissieRegistratie en niet altijd zijn alle bronnen compleet:

  • Ammonium: overschrijdt het vaakst de norm in Nederland. De belangrijkste bronnen zijn rwzi-effluent, overstorten, (erf)afspoeling, depositie, kwel uit diepere bodemlagen en uitspoeling uit de ondiepe bodem, maar er is geen goed overzicht van de kwantitatieve bijdrage van alle bronnen.
  • Metalen: in het algemeen is uitspoeling uit de bodem en grondwater een belangrijke bron voor metalen in oppervlaktewater, maar die bron is in de EmissieRegistratie niet voor alle metalen gekwantificeerd.
  • PAK’s: atmosferische belasting is de grootste bron voor alle PAK’s die in water worden aangetroffen. In Nederland levert particuliere houtstook hieraan de grootste bijdrage. Ook binnenvaart, verkeer en rwzi’s dragen bij aan de PAK-belasting van het oppervlaktewater.
  • Antifouling: deze stoffen worden onder water gebruikt op boten om de aangroei van mosselen, algen en andere biologische organismen tegen te gaan. Tributyltin (TBT) en irgarol zijn beide inmiddels verboden.
  • Gewasbeschermingsmiddelen: een deel van de gewasbeschermingsmiddelen die de norm overschrijden, is inmiddels verboden, maar wordt incidenteel nog wel aangetroffen. Van de toegelaten gewasbeschermingsmiddelen die regelmatig de norm overschrijden, is bekend voor welke toepassing/teelten deze middelen gebruikt worden. Meer informatie over gewasbeschermingsmiddelenbeleid is te vinden in <link naar gewasbeschermingsmiddelen in oppervlaktewater>.

Verder lezen

 

Maatregelen en effecten

Maatregelen

Maatregelen voor verontreinigende stoffen in de aangeleverde pakketten voor de Nationale analyse waterkwaliteit

Maatregel

Huidig beleid

Voorziene maatregelen

Maximaal pakket

Reductie emissies landbouw (vooral GBM)

44

7

18

Verminderen luchtemissies

-

-

-

Aanpak rwzi’s

-

8

2

Provinciale maatregelen in drinkwaterbeschermingsgebieden.

-

-

-

Reductie emissies door scheepvaartcoating

-

1

-

Verminderen emissies uit het riool

49

10

6

Sanering landbodem nabij oppervlaktewater

33

-

-

Sanering van waterbodems

7

2

-

Overig

23

10

5

Totaal aantal maatregelen probleemstoffen

156 (10% van totaal)

35 (4% van totaal)

31 (4% van totaal)

Totaal aantal maatregelen oppervlaktewaterlichamen

1.573

935

829

Diverse waterbeheerders geven aan dat dit soort maatregelen vrijwel nooit (volledig) in de maatregelpakketten zijn opgenomen. Vaak zijn maatregelen voor meerdere waterlichamen van belang en zijn ze in de stroomgebiedbeheerplannen benoemd in generieke zin. Verder is het pakket huidig beleid compleet terwijl in de pakketten voor 2022-2027 alleen nog maatregelen van de waterbeheerders zijn meegenomen.

Effecten van maatregelen

In tegenstelling tot de aanpak voor nutriënten hebben waterbeheerders nauwelijks water- en stoffenbalansen opgesteld voor verontreinigende stoffen; ook is voor deze stoffen niet gerekend met het Nationaal Watermodel. Dat betekent dat niet exact bepaald kan worden in welke mate de belasting moet worden gereduceerd om aan de norm te voldoen, waardoor uitgesloten kan worden dat de ecologische toestand beperkt wordt door toxische stoffen. De maatregelen zijn daarom vooral gebaseerd op kennis over welke stoffen de norm overschrijden en welke bronnen verantwoordelijk zijn. Daarmee werkt een maatregel in elk geval ‘de goede kant op’, maar of het voldoende is voor doelbereik kan met de huidige kennis niet worden vastgesteld.

Verder lezen

 

 

Opgaven en handelingsopties

In het algemeen kan worden gesteld dat waterschappen wel de probleemstoffen hebben geïnventariseerd, maar dat er voor veel stoffen geen compleet beeld is van de bronnen. Dat heeft zeker te maken met de diversiteit: achter de rwzi’s zitten vele primaire bronnen, maar ook de industrie kent veel diversiteit. Daarnaast valt op dat voor chemische stoffen geen heldere maatregellijst is opgesteld, waarin per waterlichaam is gekwantificeerd welke maatregelen tot welke reducties zullen leiden. Daarmee is het onduidelijk of de maatregelen voldoende zijn om de doelen te halen.

Kansrijke maatregelen en de meest voor de hand liggende verantwoordelijke partijen zijn:

  • reductie van emissies in de landbouw onder andere door restricties in toelating, teelt/mestvrije zones, zuiveren drainwater, minder gewasbeschermingsmiddelen: landbouwsector/Rijksoverheid/waterschappen;
  • reductie van luchtemissies, vooral voor PAK (particuliere houtstook, verkeer) en kwik: Rijksoverheid;
  • verbetering rendement rwzi’s: waterschappen;
  • maatregelen in drinkwaterbeschermingsgebieden: provincies;
  • reductie van emissies door scheepvaartcoating: Rijksoverheid/scheepvaartsector;
  • reductie van emissies direct uit het riool door lekkage, foutaansluitingen en overstorten: gemeenten;
  • reductie van nitraatuitspoeling naar het grondwater om pyrietoxidatie tegen te gaan: landbouwsector;
  • aanpak waterbodems voor stoffen waarvan de externe belasting reeds gereduceerd is: waterbeheerders;
  • kritisch beoordelen van vergunningaanvragen en herziening vergunningen: Rijkswaterstaat en waterschappen.

Veel van deze maatregelen kunnen de waterbeheerders niet (alleen) uitvoeren, maar vragen inspanning van Europa, de Nederlandse Rijksoverheid, van andere sectoren, zoals de landbouw en de scheepvaart, of van burgers.

Verder lezen

Deel deze pagina

Vragen over Nationale Analyse waterkwaliteit?

Neem dan contact op met Frank van Gaalen via frank.vangaalen@pbl.nl